B2Boekhouden 2 studie

🎯 Examen — last minute

Alles wat je vlak voor het examen wil checken: de kernboekingen uit het hoofd, je persoonlijke checklist en de belangrijkste valkuilen.

⚡ Ken deze boekingen uit het hoofd

Aankoopfactuur

604000 Aankopen + 411590 ABTW (D) / 440000 Leveranciers (C)

Verkoopfactuur

400000 Klanten (D) / 700000 Verkopen + 451540 VBTW (C)

Inkomende CN (ICN)

440000 Leveranciers (D) / 604001 ICN + 411590 ABTW (C)

Uitgaande CN (UCN)

700001 UCN + 451540 VBTW (D) / 400000 Klanten (C)

Afschrijving MVA

630200 Afschrijvingen (D) / 22x9–23x9 Geboekte afschrijvingen (C)

Verkoop vast actief

400000 (D) / 707000 Verkoop VA + 451540 (C); daarna AW + afschr. uitboeken → 763/663

Lening opnemen

550000 Bank (D) / 173000 Kredietinstellingen LT (C)

Aflossing lening

173000 Kapitaaldeel + 650000 Interest (D) / 550000 Bank (C)

Voorraadwijziging (toename HG)

340000 Voorraad (D) / 609400 Voorraadwijziging HG (C)

Klant wordt dubieus

407000 Dubieuze deb. (D) / 400000 Klanten + 409200 Teruggevraagde btw (C)

Waardevermindering dubieuze

634000 Toevoeging (D) / 409100 Geboekte waardeverm. (C)

Over te dragen kost

490000 Over te dragen kosten (D) / 61x kostenrekening (C)

(D) = debet, (C) = credit. Twijfel je over een code? Zoek hem in de MAR-zoeker.

✅ Wat moet ik kennen? — checklist

Vink af wat je al beheerst. Je voortgang wordt lokaal in je browser bewaard.

Voortgang0/70 (0%)

Grondbeginselen & dubbel boekhouden

naar thema →

BTW (belasting op de toegevoegde waarde)

naar thema →

Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden

naar thema →

Voorraden & voorraadwijzigingen

naar thema →

Materiële vaste activa (MVA)

naar thema →

Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen

naar thema →

Schulden op meer dan één jaar (leningen)

naar thema →

Schulden op ten hoogste één jaar

naar thema →

Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)

naar thema →

Voorzieningen & kapitaalsubsidies

naar thema →

Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen

naar thema →

Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)

naar thema →

⚠️ Belangrijkste valkuilen

Grondbeginselen & dubbel boekhouden

De btw als kost (604000/610000) of opbrengst (700000) boeken.

Btw is een vordering (411590 ABTW) of een schuld (451540 VBTW / 451000). De kost/opbrengst boek je excl. btw, de leverancier/klant incl. btw.

Grondbeginselen & dubbel boekhouden

Debet en credit op dezelfde regel invullen.

Per journaalregel vul je OFWEL debet OFWEL credit in; de andere kolom is leeg (null). Het evenwicht ontstaat over de hele boeking heen.

Grondbeginselen & dubbel boekhouden

Een boeking die niet in evenwicht is (som debet niet gelijk aan som credit).

Tel altijd debet en credit op voor je verder gaat. Bij een factuur met btw: incl. btw aan de ene kant = excl. btw + btw aan de andere kant.

Grondbeginselen & dubbel boekhouden

De klant (400000) verwarren met de leverancier (440000).

Klant = wie ons geld schuldig is = vordering = actief (debet bij verkoop). Leverancier = aan wie wij schuldig zijn = schuld = passief (credit bij aankoop).

Grondbeginselen & dubbel boekhouden

Bij de betaling van een klant opnieuw de omzet en btw boeken.

De omzet/btw zaten al in de verkoopfactuur. Een betaling verschuift enkel van 400000 (klant) naar 550000 (bank): 550000 debet / 400000 credit.

Grondbeginselen & dubbel boekhouden

Het resultaat (winst) niet overboeken naar het eigen vermogen.

Boek de winst naar 140000 of 133000 (credit) bij de afsluiting; anders is de eindbalans niet in evenwicht (Actief is niet gelijk aan Passief).

Grondbeginselen & dubbel boekhouden

Een MAR-code verzinnen die niet bestaat.

Gebruik enkel codes uit de MAR-lijst. Twijfel je, kies de dichtstbijzijnde geldige code en vermeld de twijfel.

BTW (belasting op de toegevoegde waarde)

De leverancier (440000) of de klant (400000) boeken met het bedrag exclusief btw.

440000 en 400000 staan altijd voor het bedrag inclusief btw, want dat is wat effectief betaald of ontvangen wordt. De btw zit in een aparte rekening (411590 of 451540).

BTW (belasting op de toegevoegde waarde)

De omzet (700000) of de aankoop (604000) boeken inclusief btw.

Opbrengst- en kostenrekeningen zijn altijd exclusief btw. De btw is geen omzet of kost, maar een schuld of vordering.

BTW (belasting op de toegevoegde waarde)

Bij een creditnota wel de goederen, maar niet de btw terugdraaien.

Een creditnota corrigeert zowel het bedrag excl. (604001/700001) als de btw (411590/451540). Vergeet de btw-regel nooit, anders klopt de afrekening niet.

BTW (belasting op de toegevoegde waarde)

Bij een intracommunautaire of medecontractant-factuur denken dat er 'geen btw' is en de verlegging niet boeken.

De leverancier rekent geen btw aan, maar jij moet de btw zelf aangeven (451550/451560/451570) én tegelijk aftrekken (411590). Netto-effect 0, maar beide bewegingen moeten geboekt worden.

BTW (belasting op de toegevoegde waarde)

Bij de afrekening het saldo altijd op 451000 (te betalen) zetten.

Vergelijk eerst VBTW en ABTW. Is ABTW groter, dan krijg je geld terug en gebruik je 411000 Terug te vorderen B.T.W in debet.

BTW (belasting op de toegevoegde waarde)

Bij het afsluiten VBTW in credit en ABTW in debet laten staan.

Om af te sluiten draai je ze om: VBTW komt in debet (sluit de creditschuld), ABTW komt in credit (sluit de debetvordering).

BTW (belasting op de toegevoegde waarde)

De inkomende creditnota op 604000 boeken in plaats van op 604001.

De leerkracht gebruikt 604001 ICN als aparte tegenrekening, zodat het brutobedrag van de aankopen zichtbaar blijft naast de creditnota's.

BTW (belasting op de toegevoegde waarde)

Bij een wagen 100% van de btw aftrekken.

Voor personenwagens is de aftrek beperkt (vaak 50%). Het niet-aftrekbare deel boek je niet op 411590; gebruik daarvoor de regularisatie/niet-aftrekbare btw (bv. 411630 RABTW of 640700 Niet aftrekbare B.T.W).

Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden

De btw op de kost- of opbrengstrekening boeken (bv. 363,00 op 604000).

604000 en 700000 staan altijd exclusief btw. Alleen 440000/400000 dragen het bedrag inclusief btw.

Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden

Op de eindejaarsrekeningen 444000 of 404200 toch btw boeken.

Boek enkel het bedrag exclusief btw. De btw (411590 of 451540) verschijnt pas wanneer de echte factuur wordt ontvangen/opgesteld in het volgende boekjaar.

Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden

444000 (passief, credit) verwarren met 404200 (actief, debet).

444000 'Te ontvangen facturen' = schuld die je nog verwacht (aankoopkant, credit). 404200 'Op te stellen facturen' = vordering die je nog moet factureren (verkoopkant, debet).

Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden

Bij de echte factuur in BJ2 de provisie 444000/404200 niet tegenboeken.

Boek de provisie eerst weg (444000 debet of 404200 credit) en dan pas de echte factuur, anders staat de schuld of vordering dubbel.

Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden

Handelskorting en financiele korting door elkaar halen.

Handelskorting -> 608000/708000 (op de factuur). Financiele korting -> 657000/757000 (korting voor snelle betaling).

Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden

Een ontvangen of betaald voorschot meteen op 604000/700000 boeken.

Een voorschot is nog geen aankoop of verkoop. Boek het op 406000 (aan leverancier) of 460000 (van klant) en verreken het pas bij de definitieve factuur.

Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden

Bij de betaling van een factuur de btw nog eens apart boeken.

De btw zit al in de factuurboeking. Bij de betaling boek je gewoon het volledige bedrag inclusief btw tussen 440000/400000 en 550000.

Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden

Bij een inkomende creditnota 604000 verminderen in plaats van 604001 te crediteren.

Gebruik de aparte tegenrekening 604001 ICN in het credit; zo blijft de brutoaankoop op 604000 zichtbaar in het grootboek.

Voorraden & voorraadwijzigingen

Tijdens het jaar de aankoop van handelsgoederen rechtstreeks op 340000 boeken.

Bij periodieke inventaris boek je aankopen op 604000 (kost); de voorraadrekening 340000 wijzig je pas op het einde van het jaar via de voorraadwijziging.

Voorraden & voorraadwijzigingen

Voor gereed product een 609-rekening gebruiken.

Voor zelf geproduceerde voorraad (gereed product 330000) gebruik je 713000 (klasse 7, opbrengst). De 609-rekeningen zijn enkel voor aangekochte voorraden (grond-/hulpstoffen/HG).

Voorraden & voorraadwijzigingen

De begin- en eindvoorraad in de verkeerde richting boeken.

Begininventaris uitboeken = voorraadrekening in credit; eindinventaris inboeken = voorraadrekening in debet. De voorraadwijzigingsrekening staat telkens aan de andere kant.

Voorraden & voorraadwijzigingen

Denken dat een voorraadtoename de winst verlaagt.

Een voorraadtoename (eind > begin) verlaagt de kost en verhoogt dus de winst; een voorraaddaling doet het omgekeerde.

Voorraden & voorraadwijzigingen

Een waardevermindering rechtstreeks op de voorraadrekening 340000 in credit boeken.

Gebruik de aparte min-rekening 349000 (credit) tegenover de kost 631000 (debet), zodat de aanschaffingswaarde op 340000 zichtbaar blijft.

Voorraden & voorraadwijzigingen

631000 (waardeverm op voorraden) verwarren met 634000 (waardeverm op handelsvorderingen).

631000 gebruik je voor voorraden (klasse 3); 634000 voor dubieuze klanten/handelsvorderingen (klasse 40). Kies de rekening die past bij het soort actief.

Voorraden & voorraadwijzigingen

FIFO en LIFO door elkaar halen bij het waarderen van de eindvoorraad.

Bij FIFO blijven de jongste stuks in voorraad, bij LIFO de oudste. Bij stijgende prijzen geeft FIFO een hogere eindvoorraad (en winst) dan LIFO.

Voorraden & voorraadwijzigingen

De eindvoorraad inboeken aan de marktwaarde (na waardevermindering) in plaats van aan de aanschaffingswaarde.

De voorraadwijziging boek je aan aanschaffingswaarde; een eventuele waardevermindering boek je daarna apart via 631000/349000.

Materiële vaste activa (MVA)

De afschrijving rechtstreeks op de AW-rekening (231000) in mindering boeken.

De AW-rekening blijft altijd op de oorspronkelijke waarde staan. De afschrijving gaat naar de aparte .9-rekening geboekte afschrijvingen (bv. 231900), aan de creditkant.

Materiële vaste activa (MVA)

Bijkomende kosten (installatie, transport) als gewone dienst (610 D&DG) boeken.

Kosten die nodig zijn om het actief gebruiksklaar te maken horen bij de aanschaffingswaarde en worden mee op de AW-rekening (231000) geactiveerd.

Materiële vaste activa (MVA)

In het aankoopjaar het volledige jaarbedrag afschrijven.

In het eerste jaar reken je pro rata temporis: aantal dagen (of maanden) in gebruik / 365 (of /12) × het jaarbedrag.

Materiële vaste activa (MVA)

De meer- of minderwaarde berekenen op de aanschaffingswaarde.

De meer-/minderwaarde is altijd het verschil tussen de verkoopprijs en de boekwaarde (AW − geboekte afschrijvingen), niet de AW.

Materiële vaste activa (MVA)

Bij verkoop van een MVA de vordering op 400000 Klanten boeken.

Een vast actief is geen handelsgoed. De vordering komt op 416000 Diverse vorderingen, de opbrengst op 707000 (niet 700000).

Materiële vaste activa (MVA)

Vergeten 707000 weer af te sluiten bij de resultaatsbepaling.

707000 wordt bij de factuur gecrediteerd en daarna bij het uitboeken weer gedebiteerd, zodat de verkoopprijs tegenover de boekwaarde komt te staan en de meer-/minderwaarde vrijkomt.

Materiële vaste activa (MVA)

Een minderwaarde aan de creditkant of op een 7-rekening boeken.

Een minderwaarde is een kost (klasse 6): debet, op 663000 (niet-recurrent) of 641000 (courant). Alleen een meerwaarde staat credit (763000/741000).

Materiële vaste activa (MVA)

De volledige btw aftrekken bij een personenwagen.

Bij personenwagens is de btw slechts 50% aftrekbaar; de niet-aftrekbare helft wordt mee geactiveerd in de aanschaffingswaarde (241000).

Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen

De waardevermindering op het btw-inclusieve bedrag boeken (bv. 121,00 i.p.v. 100,00).

De waardevermindering (634000 / 409100) wordt altijd op het bedrag EXCL. btw berekend. De btw recupereer je apart via 411620 (en eventueel 409200 / 451610).

Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen

Bij methode 'einde' zowel de waardevermindering (634000) als een minderwaarde (642000) voor hetzelfde excl.-verlies boeken.

Het deel dat al via 634000/409100 als vermoeden geboekt is, wordt bij de afsluiting enkel teruggenomen (409100 debet); enkel het NIET eerder afgeschreven verlies komt als 642000.

Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen

De terugneming van een waardevermindering op een klasse-76-opbrengstrekening (760000/761000) boeken.

Voor handelsvorderingen <1 jaar gebruik je de (-)-kostenrekening 634100 Terugneming (-) tegenover 409100.

Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen

Bij methode 'begin' de teruggevraagde btw (409200) niet uitboeken bij de definitieve afhandeling.

409200 moet op het einde weer worden afgewikkeld; betaalt de klant toch, dan komt daar bovendien 451610 Btw herziening in het nadeel bij.

Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen

De btw recupereren op het volledige bedrag, ook al betaalt de klant nog een deel.

Je recupereert btw enkel op het EFFECTIEF verloren deel. Betaalt de klant nog iets, dan vermindert het verlies en dus ook de te recupereren btw.

Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen

Vergeten dat het overboeken naar 407000 geen kost is en denken dat de winst daardoor daalt.

407000 / 400000 is een verschuiving tussen twee actiefrekeningen. Het resultaat wijzigt pas door 634000 (kost) of 642000 (kost) of 742000/634100 (opbrengst/terugneming).

Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen

742000 (meerwaarde) en 642000 (minwaarde) door elkaar halen.

Betaalt de klant MEER dan het voorziene verlies -> meerwaarde 742000 (opbrengst). Verlies je MEER dan voorzien -> bijkomende minwaarde 642000 (kost).

Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen

409100 vergeten terug te nemen bij de definitieve afhandeling, waardoor de (-)-rekening op de balans blijft staan.

Bij elke afsluiting van een dubieuze vordering moet 409100 (en bij methode begin ook 409200) volledig worden uitgeboekt tegenover 407000.

Schulden op meer dan één jaar (leningen)

De volledige annuïteit als kost (650200) boeken.

Alleen het interestdeel is een kost. Het kapitaaldeel is een schuldvermindering (via 423000).

Schulden op meer dan één jaar (leningen)

550000 (bank, actief) verwarren met 173000 (leningschuld, passief) omdat ze dezelfde naam dragen.

550000 is je bankrekening (debet bij ontvangst); 173000 is je schuld (credit bij het ontstaan van de lening).

Schulden op meer dan één jaar (leningen)

Bij de eindejaarsoverboeking ook de toekomstige interest mee overboeken naar 423000.

Enkel het kapitaal dat binnen het jaar vervalt verschuift van 173000 naar 423000. Interest komt nooit op 423000.

Schulden op meer dan één jaar (leningen)

De overboeking berekenen als 12 × de annuïteit.

Het over te boeken bedrag is de som van de KAPITAALdelen van het komende jaar, niet de som van de volledige annuïteiten (die bevatten ook interest).

Schulden op meer dan één jaar (leningen)

Bij een bulletlening al kapitaal naar 423000 boeken terwijl het kapitaal pas later vervalt.

Pas in het laatste jaar (kapitaal vervalt binnen 12 maanden) gebeurt de overboeking 173000 / 423000. Tussentijds boek je enkel interest (en eventueel 492000).

Schulden op meer dan één jaar (leningen)

Bij een gedeeltelijke betaling de interest ook gedeeltelijk boeken.

Boek de volledige interest bij de eerste betaling; spreid alleen het kapitaaldeel over de betalingen. De restbetaling bevat enkel kapitaal.

Schulden op meer dan één jaar (leningen)

Vergeten de toe te rekenen interest (492000) te boeken wanneer de interestbetaling pas in het nieuwe jaar valt.

Op 31-12 boek je 650200 / 492000 voor de verlopen, nog niet betaalde interest (matchingprincipe).

Schulden op meer dan één jaar (leningen)

Denken dat het kapitaaldeel daalt naarmate de lening vordert.

Bij een constante annuïteit STIJGT het kapitaaldeel en DAALT het interestdeel doorheen de looptijd.

Schulden op ten hoogste één jaar

Bij een te ontvangen factuur (444000) toch al aftrekbare btw boeken.

Zonder factuur geen btw-aftrek. Boek in het lopende jaar enkel de kost @ 444000 zonder btw; de btw (411590) komt pas bij ontvangst van de echte factuur.

Schulden op ten hoogste één jaar

Op 454000 RSZ enkel het ingehouden werknemersdeel boeken.

De RSZ-schuld omvat zowel het werknemersdeel als de werkgeversbijdrage (621000). Tel beide samen op 454000.

Schulden op ten hoogste één jaar

450000 en 452000 door elkaar gebruiken.

Gebruik 450000 zolang de belasting enkel geraamd is; herboek naar 452000 zodra het aanslagbiljet het definitieve te betalen bedrag vaststelt.

Schulden op ten hoogste één jaar

Bij de overboeking van het vervallende leningdeel een kost of een geldbeweging boeken.

173000 @ 423000 is louter een overboeking tussen passiefrekeningen: geen klasse 6/7 en geen 55x betrokken.

Schulden op ten hoogste één jaar

De volledige rentekost gelijkstellen aan het nettobedrag dat je uitbetaalt.

De rentekost (650000) is het bruto bedrag = netto + ingehouden roerende voorheffing. De voorheffing is een door te storten schuld (453000), geen aparte kost.

Schulden op ten hoogste één jaar

Geld dat een klant vooruitbetaalt op de verkoopomzet (700000) boeken.

Zolang er niet geleverd is, is het een schuld: 460000 Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen. Pas bij levering volgt de opbrengst.

Schulden op ten hoogste één jaar

Bij de btw-afrekening het saldo altijd op 451000 zetten.

Enkel als de verschuldigde btw groter is dan de aftrekbare. Is de aftrekbare btw groter, dan komt het saldo op 411000 Terug te vorderen B.T.W. (debet).

Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)

Bij 490000 het deel van DIT jaar overdragen in plaats van het deel van volgend jaar.

Op de overlopende rekening komt altijd het deel dat bij het ANDERE (volgende) jaar hoort. Het deel van dit jaar blijft gewoon op de kosten-/opbrengstrekening staan.

Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)

Een overlopende rekening aan de verkeerde balanszijde plaatsen (bv. 492000 als actief boeken).

Onthoud: 490 en 491 = actief (debet), 492 en 493 = passief (credit). Vraag je af of de onderneming nog iets tegoed heeft (actief) of nog iets verschuldigd is (passief).

Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)

Vergeten de eindejaarsboeking bij begin volgend jaar terug te boeken.

Elke overlopende rekening kent altijd twee boekingen: de correctie op 31/12 en de exacte tegenboeking op 1/1. Anders blijft de overlopende rekening ten onrechte openstaan en valt de kost/opbrengst niet in het juiste jaar.

Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)

Het aantal maanden verkeerd tellen bij de pro rata berekening.

Teken de periode uit en tel zorgvuldig welke maanden in welk boekjaar vallen. Voor 490/493 tel je de maanden van VOLGEND jaar; voor 491/492 de maanden van DIT jaar.

Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)

490000/493000 verwarren met 491000/492000.

'Over te dragen' (490 kost, 493 opbrengst) = al geboekt, hoort bij volgend jaar. 'Verkregen/toe te rekenen' (491 opbrengst, 492 kost) = nog niet geboekt, hoort bij dit jaar.

Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)

Bij de eindejaarscorrectie van een opbrengst per ongeluk de opbrengstrekening in credit zetten.

Om een opbrengst te VERMINDEREN boek je 700000 (of 751000) in DEBET, tegenover de passieve overlopende rekening 493000 in credit.

Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)

De overlopende rekeningen gebruiken terwijl een prestatie volledig in één boekjaar valt.

Als de prestatie volledig in dit jaar valt en enkel de factuur ontbreekt, gebruik je 444000 (te ontvangen facturen) of 404200 (op te stellen facturen), niet de overlopende rekeningen 49.

Voorzieningen & kapitaalsubsidies

De kostenrekening (636000) en de passiefrekening (162000) verwarren omdat ze dezelfde naam dragen.

636000 is een kost (klasse 6, debet bij aanleg); 162000 is de voorziening op de passiefzijde (rubriek 16, credit bij aanleg).

Voorzieningen & kapitaalsubsidies

Bij de besteding de voorziening rechtstreeks tegen de leveranciersfactuur boeken (162000 / 440000).

Boek de factuur volledig apart (610000 + 411590 / 440000) en werk de voorziening apart weg via 162000 / 636100.

Voorzieningen & kapitaalsubsidies

Een te hoge voorziening volledig terugnemen in plaats van enkel het overschot.

Neem alleen het deel terug dat niet meer nodig is; het deel dat overeenkomt met de werkelijke kost wordt besteed.

Voorzieningen & kapitaalsubsidies

Voor een uitzonderlijke gebeurtenis een recurrente kostenrekening (637000) gebruiken.

Bij een niet-recurrente voorziening gebruik je 662000 (aanleg) en 662100 (besteding); de passiefrekening blijft 163000.

Voorzieningen & kapitaalsubsidies

Een kapitaalsubsidie in één keer als opbrengst boeken bij ontvangst.

Park de subsidie eerst op 150000 (credit) en neem ze jaarlijks pro rata de afschrijving in resultaat via 150000 / 753000.

Voorzieningen & kapitaalsubsidies

De subsidie rechtstreeks in mindering brengen van de aanschafwaarde van het actief.

Het actief blijft tegen volle aanschafwaarde geboekt en wordt apart afgeschreven; de subsidie staat los op 150000 en wordt apart in resultaat genomen.

Voorzieningen & kapitaalsubsidies

Rekening 151000 gebruiken zoals in sommige boeken vermeld.

In deze MAR-lijst bestaat enkel 150000 Kapitaalsubsidies; gebruik 150000.

Voorzieningen & kapitaalsubsidies

De afschrijving van het gesubsidieerde actief en de in-resultaatname van de subsidie in dezelfde boeking samenvoegen.

Het zijn twee aparte boekingen (630200 / 23x900 en 150000 / 753000) die alleen hetzelfde percentage delen.

Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen

Een betaalde borgtocht in contanten als kost boeken.

Het is een vordering/financieel vast actief (288000, debet). Je krijgt het geld terug; het is geen kost.

Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen

Bij verkoop van een belegging de hele verkoopprijs op 510000 (of 280000) crediteren.

Crediteer de belegging tegen de BOEKWAARDE; het verschil met de verkoopprijs boek je als meerwaarde (752000) of minderwaarde (652000).

Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen

De interest van een termijndeposito op 750000 boeken.

750000 is voor financiële VASTE activa (klasse 28). Interest op een deposito of vlottende belegging hoort op 751000.

Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen

Geld van kas naar bank rechtstreeks boeken als 550000 / 570000.

Gebruik de overbruggingsrekening 580000 omdat het kasstuk en het rekeninguittreksel op verschillende dagen binnenkomen; 580000 staat nadien op nul.

Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen

Een waardevermindering rechtstreeks van 510000 afhalen (credit op 510000).

Gebruik de aparte (-)-rekening 519000 (credit) tegenover de kost 651000, zodat de aanschafwaarde op 510000 zichtbaar blijft.

Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen

Het verkeerde deposito-nummer kiezen.

Kies op basis van de LOOPTIJD: 530000 > 1 jaar, 531000 tussen 1 maand en 1 jaar, 532000 ten hoogste 1 maand.

Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen

Aankoopkosten van effecten activeren bij de aandelen (510000).

Boek ze apart op 659000 Aankoopkosten effecten; de boekwaarde van de aandelen blijft de zuivere aankoopprijs.

Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen

Een deelneming (klasse 28) en belegde aandelen (klasse 5) als hetzelfde behandelen.

Een deelneming (280000) is duurzaam/strategisch; belegde aandelen (510000) zijn een tijdelijke geldbelegging. Dat bepaalt ook of opbrengsten op 750000 dan wel 751000 komen.

Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)

Bij een voorafbetaling 452000 of 450000 gebruiken in plaats van de bank.

Een voorafbetaling boek je 670000 (debet) / 550000 (credit). Er is op dat moment nog geen schuld; je betaalt vooruit.

Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)

De wettelijke reserve berekenen op de winst vóór belasting.

De wettelijke reserve is 5% van de winst NA belasting. Bv. winst voor belasting 40.000, belasting 12.000 -> 5% x 28.000 = 1.400.

Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)

In fase 3 de geraamde schuld (450000) niet afsluiten.

Bij de definitieve aanslag boek je 450000 in debet (afsluiten) en 452000 in credit (definitief), met 671000 (supplement) of 771000 (teruggave) voor het verschil.

Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)

670100 in debet boeken omdat het 'klasse 6' is.

670100 is een (-)-rekening: ze staat in credit en neemt het te veel geboekte deel van 670000 terug. De tegenpost 412000 (vordering) staat in debet.

Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)

Een belastingsupplement (kost) en een teruggave (opbrengst) verwisselen.

Definitief > geraamd = supplement -> 671000 debet (kost). Definitief < geraamd = teruggave -> 771000 credit (opbrengst).

Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)

In een verliesjaar toch belasting en/of wettelijke reserve boeken.

Zonder verworpen uitgaven is er bij verlies geen belasting en geen wettelijke reserve; het verlies wordt verrekend/overgedragen.

Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)

Vergeten de overgedragen winst van vorige jaren mee te nemen in de te bestemmen winst.

Totaal te bestemmen = te bestemmen winst boekjaar + overgedragen winst vorige jaren (140000 wordt overgeboekt naar 790000).

🗺️ Aanrader: studieroute

Dag 1–2 — Begrijpen

Lees alle samenvattingen. Focus op het waarom van debet/credit en de boekingsschema's.

Dag 3–4 — Oefenen

Maak alle oefeningen in oefenmodus. Noteer waar je vastloopt en herbekijk dat thema.

Dag 5 — Automatiseren

Doe de flashcards en de Debet/Credit-trainer. Loop deze pagina nog eens door.