🎯 Examen — last minute
Alles wat je vlak voor het examen wil checken: de kernboekingen uit het hoofd, je persoonlijke checklist en de belangrijkste valkuilen.
⚡ Ken deze boekingen uit het hoofd
Aankoopfactuur
604000 Aankopen + 411590 ABTW (D) / 440000 Leveranciers (C)
Verkoopfactuur
400000 Klanten (D) / 700000 Verkopen + 451540 VBTW (C)
Inkomende CN (ICN)
440000 Leveranciers (D) / 604100 ICN + 411590 ABTW (C)
Uitgaande CN (UCN)
700100 UCN + 451540 VBTW (D) / 400000 Klanten (C)
Afschrijving MVA
630200 Afschrijvingen (D) / 22x9–23x9 Geboekte afschrijvingen (C)
Verkoop vast actief
400000 (D) / 707000 Verkoop VA + 451540 (C); daarna AW + afschr. uitboeken → 763/663
Lening opnemen
550000 Bank (D) / 173000 Kredietinstellingen LT (C)
Aflossing lening
173000 Kapitaaldeel + 650000 Interest (D) / 550000 Bank (C)
Voorraadwijziging (toename HG)
340000 Voorraad (D) / 609400 Voorraadwijziging HG (C)
Klant wordt dubieus
407000 Dubieuze deb. (D) / 400000 Klanten + 409200 Teruggevraagde btw (C)
Waardevermindering dubieuze
634000 Toevoeging (D) / 409100 Geboekte waardeverm. (C)
Over te dragen kost
490000 Over te dragen kosten (D) / 61x kostenrekening (C)
(D) = debet, (C) = credit. Twijfel je over een code? Zoek hem in de MAR-zoeker.
✅ Wat moet ik kennen? — checklist
Vink af wat je al beheerst. Je voortgang wordt lokaal in je browser bewaard.
Grondbeginselen & dubbel boekhouden
naar thema →BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
naar thema →Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden
naar thema →Voorraden & voorraadwijzigingen
naar thema →Materiële vaste activa (MVA)
naar thema →Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
naar thema →Schulden op meer dan één jaar (leningen)
naar thema →Schulden op ten hoogste één jaar
naar thema →Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)
naar thema →Voorzieningen & kapitaalsubsidies
naar thema →Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen
naar thema →Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
naar thema →⚠️ Belangrijkste valkuilen
Grondbeginselen & dubbel boekhouden
❌ De btw als kost (604000/610000) of opbrengst (700000) boeken.
✅ Btw is een vordering (411590 ABTW) of een schuld (451540 VBTW / 451000). De kost/opbrengst boek je excl. btw, de leverancier/klant incl. btw.
Grondbeginselen & dubbel boekhouden
❌ Debet en credit op dezelfde regel invullen.
✅ Per journaalregel vul je OFWEL debet OFWEL credit in; de andere kolom is leeg (null). Het evenwicht ontstaat over de hele boeking heen.
Grondbeginselen & dubbel boekhouden
❌ Een boeking die niet in evenwicht is (som debet niet gelijk aan som credit).
✅ Tel altijd debet en credit op voor je verder gaat. Bij een factuur met btw: incl. btw aan de ene kant = excl. btw + btw aan de andere kant (bv. 363 = 300 + 63).
Grondbeginselen & dubbel boekhouden
❌ Een vast actief (meubilair, machine) verkopen via 700000.
✅ 700000 is voor handelsgoederen. Een vast actief verkoop je via 707000 Verkoop VA; de meerwaarde tegenover de boekwaarde boek je op 763000. Enkel de meerwaarde is opbrengst, niet de volledige prijs.
Grondbeginselen & dubbel boekhouden
❌ De eindejaarsvoorraadwijziging (609400) vergeten bij niet-permanente inventaris.
✅ Bij niet-permanente inventaris gaan aankopen naar 604000; pas op het einde corrigeer je de voorraad via 340000 / 609400. Zonder die correctie klopt de voorraad op de balans niet.
Grondbeginselen & dubbel boekhouden
❌ Bij de betaling van een klant opnieuw de omzet en btw boeken.
✅ De omzet/btw zaten al in de verkoopfactuur. Een betaling verschuift enkel van 400000 (klant) naar 550000 (bank): 550000 debet / 400000 credit.
Grondbeginselen & dubbel boekhouden
❌ Het resultaat (winst) niet overboeken naar het eigen vermogen.
✅ Boek de winst naar 140000 of 131000/133000 (credit) bij de afsluiting; anders is de eindbalans niet in evenwicht (Actief is niet gelijk aan Passief).
Grondbeginselen & dubbel boekhouden
❌ Een MAR-code verzinnen die niet bestaat.
✅ Gebruik enkel codes uit de MAR-lijst. Twijfel je, kies de dichtstbijzijnde geldige code en vermeld de twijfel.
BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
❌ De leverancier (440) of de klant (400) boeken met het bedrag exclusief btw.
✅ 440 en 400 staan altijd voor het bedrag inclusief btw, want dat is wat effectief betaald of ontvangen wordt. De btw zit in een aparte rekening (41159 ABTW of 45154 VBTW).
BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
❌ De omzet (700.0) of de aankoop (604.0) boeken inclusief btw.
✅ Opbrengst- en kostenrekeningen zijn altijd exclusief btw. De btw is geen omzet of kost, maar een schuld of vordering.
BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
❌ De btw op een investering (machine) niet aftrekken of bij de aanschaffingswaarde tellen.
✅ De btw op een machine is gewoon aftrekbaar en gaat naar 41159 ABTW. In boekjaar 1 van ONDERNEMING C maakt die 252,00 btw net het verschil waardoor je btw terugkrijgt.
BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
❌ Bij de afrekening het saldo altijd op 451 (te betalen) zetten.
✅ Vergelijk eerst VBTW en ABTW. Is de ABTW groter (zoals in boekjaar 1, door de investering), dan krijg je geld terug via 411 Terug te vorderen B.T.W in debet.
BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
❌ Bij het afsluiten VBTW in credit en ABTW in debet laten staan.
✅ Om af te sluiten draai je ze om: VBTW komt in debet (sluit de creditschuld), ABTW komt in credit (sluit de debetvordering).
BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
❌ Bij een creditnota wel de goederen, maar niet de btw terugdraaien.
✅ Een creditnota corrigeert zowel het bedrag excl. (604.1 ICN / 700.1 UCN) als de btw (41159 ABTW / 45154 VBTW). Vergeet de btw-regel nooit, anders klopt de afrekening niet.
BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
❌ Bij een intracommunautaire of medecontractant-factuur denken dat er 'geen btw' is en de verlegging niet boeken.
✅ De leverancier rekent geen btw aan, maar jij moet de btw zelf aangeven (451550/451560/451570) én tegelijk aftrekken (411590). Netto-effect 0, maar beide bewegingen moeten geboekt worden.
BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
❌ Bij een wagen 100% van de btw aftrekken.
✅ Voor personenwagens is de aftrek beperkt (vaak 50%). Het niet-aftrekbare deel boek je niet op 411590; gebruik daarvoor de regularisatie/niet-aftrekbare btw (bv. 411630 RABTW of 640700 Niet aftrekbare B.T.W).
Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden
❌ De btw op de kost- of opbrengstrekening boeken (bv. 363,00 op 604000).
✅ 604000 en 700000 staan altijd exclusief btw (300,00 / 500,00). Alleen 440000/400000 dragen het bedrag inclusief btw (363,00 / 605,00).
Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden
❌ De werkrekeningen ABTW/VBTW verwarren met de aangifterekeningen TTVBTW/TBBTW.
✅ Bij de btw-regularisatie verhuist het saldo: 411590 ABTW -> 411000 TTVBTW (terug te vorderen), 451540 VBTW -> 451000 TBBTW (te betalen). Pas daarna betaal of ontvang je de btw via 550000.
Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden
❌ Op de eindejaarsrekeningen 444000 of 404200 toch btw boeken.
✅ Boek enkel het bedrag exclusief btw (300,00 / 500,00). De btw (411590 of 451540) verschijnt pas wanneer de echte factuur wordt ontvangen/opgesteld in het volgende boekjaar.
Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden
❌ 444000 (passief, credit) verwarren met 404200 (actief, debet).
✅ 444000 'Te ontvangen facturen' = schuld die je nog verwacht (aankoopkant, credit). 404200 'Op te stellen facturen' = vordering die je nog moet factureren (verkoopkant, debet).
Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden
❌ Bij de echte factuur in BJ2 de provisie 444000/404200 niet tegenboeken (de eindejaarsactiviteit vergeten).
✅ Boek in BJ2 de echte factuur EN de tegenboeking: 444000 debet / 604000 credit, of 700000 debet / 404200 credit. Anders telt de kost/opbrengst dubbel.
Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden
❌ Een ontvangen of betaald voorschot meteen op 604000/700000 boeken.
✅ Een voorschot is nog geen aankoop of verkoop. Boek het op 406000 (aan leverancier) of 460000 (van klant) en verreken het pas bij de definitieve factuur.
Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden
❌ Bij de betaling van een factuur de btw nog eens apart boeken.
✅ De btw zit al in de factuurboeking. Bij de betaling boek je gewoon het volledige bedrag inclusief btw tussen 440000/400000 en 550000.
Aankopen, verkopen & handelsvorderingen/-schulden
❌ Bij een inkomende creditnota 604000 verminderen in plaats van 604100 te crediteren.
✅ Gebruik de aparte tegenrekening 604100 ICN in het credit; zo blijft de brutoaankoop op 604000 zichtbaar in het grootboek.
Voorraden & voorraadwijzigingen
❌ Een waardevermindering rechtstreeks op de voorraadrekening 340000 in credit boeken.
✅ Gebruik de aparte min-rekening 349000 (credit) tegenover de kost 631000 (debet), zodat de aanschaffingswaarde op 340000 zichtbaar blijft.
Voorraden & voorraadwijzigingen
❌ Het betaalde voorschot van 120 000 EUR als bedrag exclusief btw behandelen.
✅ 120 000 is het totaal incl. btw. Deel eerst door 1,21: 99 173,55 op 360000 Vooruitbetalingen en 20 826,45 btw op 411590; 440000 credit 120 000.
Voorraden & voorraadwijzigingen
❌ De betaling per cheque rechtstreeks op 550000 boeken.
✅ Een uitgeschreven (nog niet geïnde) bankcheque boek je op de min-rekening 550001 Bank - uitgeschreven cheques (-), in credit.
Voorraden & voorraadwijzigingen
❌ De voorraadwijziging aan het brutobedrag van begin- of eindvoorraad boeken.
✅ Bij een voorraadtoename volstaat het netto-verschil: 340000 debet / 609400 credit voor (eindvoorraad - beginvoorraad). De fiche boekt bv. 100 000 (400 000 - 300 000).
Voorraden & voorraadwijzigingen
❌ Denken dat een voorraadtoename de winst verlaagt.
✅ Een voorraadtoename (eind > begin) verlaagt de kost en verhoogt dus de winst; een voorraaddaling doet het omgekeerde.
Voorraden & voorraadwijzigingen
❌ De indirecte/algemene kosten verplicht in de vervaardigingsprijs opnemen.
✅ De indirecte (administratie- en algemene) kosten zijn facultatief: vervaardigingsprijs = 400 000 mét of 370 000 zonder die 30 000.
Voorraden & voorraadwijzigingen
❌ FIFO en LIFO door elkaar halen bij het waarderen van de eindvoorraad.
✅ Bij FIFO blijven de jongste stuks in voorraad, bij LIFO de oudste. Bij stijgende prijzen geeft FIFO een hogere eindvoorraad (en winst) dan LIFO.
Voorraden & voorraadwijzigingen
❌ Bij het gewogen gemiddelde maar één keer een gemiddelde berekenen.
✅ Herbereken de gemiddelde eenheidsprijs na ELKE aankoop (15,4375 -> 16,7713 -> 15,6752). Verkopen gaan telkens aan de op dat moment geldende gemiddelde prijs.
Materiële vaste activa (MVA)
❌ De afschrijving rechtstreeks op de AW-rekening (231000) in mindering boeken.
✅ De AW-rekening blijft altijd op de oorspronkelijke waarde staan. De afschrijving gaat naar de aparte .9-rekening geboekte afschrijvingen (bv. 231900 / 241900), aan de creditkant.
Materiële vaste activa (MVA)
❌ Bijkomende kosten (installatie, transport) als gewone dienst (610 D&DG) boeken.
✅ Kosten die nodig zijn om het actief gebruiksklaar te maken horen bij de aanschaffingswaarde en worden mee op de AW-rekening (231000) geactiveerd.
Materiële vaste activa (MVA)
❌ De financiële korting meteen van de aanschaffingswaarde aftrekken.
✅ Bij een financiële korting blijft de AW het volledige bedrag; alleen de btw wordt op het bedrag ná korting berekend. De korting wordt pas bij betaling als 757000 genoten.
Materiële vaste activa (MVA)
❌ Bij een inkomende creditnota op een MVA de btw niet regulariseren.
✅ Bij een prijsvermindering daalt de AW (231000 credit) én moet de eerder afgetrokken btw geregulariseerd worden via 411630 RABTW (credit).
Materiële vaste activa (MVA)
❌ Een privé-aankoop op naam van de zaak activeren en de btw aftrekken.
✅ Een privé-aankoop wordt niet geactiveerd en de btw is niet aftrekbaar: de volledige factuur (incl. btw) komt op 416000 Diverse vorderingen.
Materiële vaste activa (MVA)
❌ In het aankoopjaar het volledige jaarbedrag afschrijven.
✅ In het eerste jaar reken je pro rata temporis: aantal dagen (of maanden) in gebruik / 365 (of /12) × het jaarbedrag, volgens de telmethode die de oefening voorschrijft.
Materiële vaste activa (MVA)
❌ De meer- of minderwaarde berekenen op de aanschaffingswaarde.
✅ De meer-/minderwaarde is altijd het verschil tussen de verkoopprijs en de boekwaarde (AW − geboekte afschrijvingen), niet de AW.
Materiële vaste activa (MVA)
❌ Bij verkoop van een MVA de vordering op 400000 Klanten boeken.
✅ Een vast actief is geen handelsgoed. De vordering komt op 416000 Diverse vorderingen, de opbrengst op 707000 (niet 700000).
Materiële vaste activa (MVA)
❌ Vergeten 707000 weer af te sluiten bij de resultaatsbepaling.
✅ 707000 wordt bij de factuur gecrediteerd en daarna bij het uitboeken weer gedebiteerd, zodat de verkoopprijs tegenover de boekwaarde komt en de meer-/minderwaarde vrijkomt.
Materiële vaste activa (MVA)
❌ Een minderwaarde aan de creditkant of op een 7-rekening boeken.
✅ Een minderwaarde is een kost (klasse 6): debet, op 663000 (niet-recurrent) of 641000 (courant). Alleen een meerwaarde staat credit (763000/741000).
Materiële vaste activa (MVA)
❌ De volledige btw aftrekken bij een personenwagen.
✅ Bij personenwagens is de btw slechts 50% aftrekbaar; de niet-aftrekbare helft wordt mee geactiveerd in de aanschaffingswaarde (241000).
Materiële vaste activa (MVA)
❌ Bij btw verlegd / intracommunautair / invoer de tegenboeking vergeten.
✅ Naast 411590 ABTW (debet) boek je hetzelfde bedrag op 451550 (verlegd/medecontractant), 451560 (IC) of 451570 (invoer) credit. De aftrekbare en verlegde btw heffen elkaar op.
Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
❌ De waardevermindering op het btw-inclusieve bedrag boeken (bv. 121,00 i.p.v. 100,00).
✅ De waardevermindering (634000 / 409100) wordt altijd op het bedrag EXCL. btw berekend. De btw recupereer je apart via 411620 (en eventueel 409200 / 451610).
Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
❌ Zowel de waardevermindering (634000) als een minderwaarde (642000) voor hetzelfde excl.-verlies boeken.
✅ Het deel dat al via 634000/409100 als vermoeden geboekt is, wordt bij de afsluiting enkel teruggenomen (409100 debet); enkel het NIET eerder afgeschreven verlies komt als 642000 (bv. De Greef: 210.000, niet 300.000).
Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
❌ De terugneming van een waardevermindering op een klasse-76-opbrengstrekening (760000/761000) boeken.
✅ Voor handelsvorderingen <1 jaar gebruik je de (-)-kostenrekening 634100 Terugneming (-) tegenover 409100 (fiche: 6341).
Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
❌ Bij methode 'begin' de teruggevraagde btw (409200/4092) niet uitboeken bij de definitieve afhandeling.
✅ 409200 moet op het einde weer worden afgewikkeld (debet); betaalt de klant toch of herstelt hij, dan komt daar 451610 Btw herziening in het nadeel bij (bv. Vercauteren 6.000, Jacobs 88.200).
Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
❌ De btw recupereren op het volledige bedrag, ook al betaalt de klant nog een deel.
✅ Je recupereert btw enkel op het EFFECTIEF verloren deel. Betaalt de klant nog iets, dan vermindert het verlies en dus ook de te recupereren btw (bv. Vercauteren: 24.000 op 400.000, niet 30.000 op 500.000).
Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
❌ Vergeten dat het overboeken naar 407000 geen kost is en denken dat de winst daardoor daalt.
✅ 407000 / 400000 is een verschuiving tussen twee actiefrekeningen. Het resultaat wijzigt pas door 634000 (kost), 642000 (kost), of 742000/634100 (opbrengst/terugneming).
Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
❌ 742000 (meerwaarde) en 642000 (minwaarde) door elkaar halen.
✅ Betaalt de klant MEER dan het voorziene verlies -> meerwaarde 742000 (opbrengst). Verlies je MEER dan voorzien -> bijkomende minwaarde 642000 (kost).
Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
❌ De commerciële korting niet aftrekken voor je de btw berekent (Oef 3 FLOWER).
✅ De commerciële (handels)korting verlaagt eerst de maatstaf van heffing: 2.500 - 2% = 2.450, en pas daarop 6% btw = 147. Niet 6% op 2.500.
Dubieuze debiteuren & waardeverminderingen op vorderingen
❌ Een dubieuze NIET-handelsvordering (Oef 4 bestelwagen) afwikkelen met de zuivere handelsrekeningen.
✅ De fiche gebruikt voor een diverse vordering de varianten 416/417 (vordering/dubieus), 419 (geboekte WV) en 752 (meerwaarde op vlottende activa) i.p.v. 407/409/742.
Schulden op meer dan één jaar (leningen)
❌ De volledige annuïteit als kost (650000/650200) boeken.
✅ Alleen het interestdeel is een kost. Het kapitaaldeel is een schuldvermindering (via 423000).
Schulden op meer dan één jaar (leningen)
❌ 550000 (bank, actief) verwarren met 173000 (leningschuld, passief) omdat ze dezelfde naam dragen.
✅ 550000 is je bankrekening 'Bank R/C' (debet bij ontvangst); 173000 is je schuld (credit bij het ontstaan van de lening).
Schulden op meer dan één jaar (leningen)
❌ Bij het afsluiten alles op 173000 zetten, ook het kapitaal dat dit jaar nog vervalt.
✅ De fiche splitst meteen: het kapitaal dat in hetzelfde kalenderjaar nog vervalt gaat al naar 423000 (bv. Oefening A: 8.541,91 → 423000, 141.458,09 → 173000).
Schulden op meer dan één jaar (leningen)
❌ Bij de eindejaarsoverboeking ook de toekomstige interest mee overboeken naar 423000.
✅ Enkel het kapitaal dat binnen het jaar vervalt verschuift van 173000 naar 423000. Interest komt nooit op 423000.
Schulden op meer dan één jaar (leningen)
❌ De overboeking berekenen als 12 × de annuïteit.
✅ Het over te boeken bedrag is de som van de KAPITAALdelen van het komende jaar, niet de som van de volledige annuïteiten (die bevatten ook interest).
Schulden op meer dan één jaar (leningen)
❌ Bij een lening die niet op 1 januari startte, vergeten de toe te rekenen interest (492000) te boeken.
✅ Op 31-12 boek je 650000 / 492000 voor het verlopen, nog niet betaalde deel van de interest (bv. lening 6: 2.500 × 9/12 = 1.875).
Schulden op meer dan één jaar (leningen)
❌ Bij een gedeeltelijke betaling de interest ook gedeeltelijk boeken.
✅ Boek de volledige interest bij de eerste betaling; spreid alleen het kapitaaldeel over de betalingen. De restbetaling bevat enkel kapitaal.
Schulden op meer dan één jaar (leningen)
❌ Denken dat het kapitaaldeel daalt naarmate de lening vordert.
✅ Bij een constante annuïteit STIJGT het kapitaaldeel en DAALT het interestdeel doorheen de looptijd (Oefening A: kapitaal +5,00%, interest −28,72% van 2025 naar 2026).
Schulden op ten hoogste één jaar
❌ Het opgenomen kaskrediet/voorschot zomaar op 550000 (bank) laten staan in plaats van als schuld te boeken.
✅ Een opgenomen krediet/voorschot is een financiële schuld: boek 430000 (lening/voorschot vaste termijn) of 433000 (schulden in r/c). 550000 is enkel de zichtrekening (actief).
Schulden op ten hoogste één jaar
❌ Bij een te ontvangen factuur (444000) of op te maken creditnota (444100) toch al btw boeken.
✅ Zonder factuur/creditnota geen btw. Boek in het lopende jaar enkel de kost @ 444000 (of UCN @ 444100) zonder btw; de btw volgt pas bij het echte document.
Schulden op ten hoogste één jaar
❌ Op 454000 RSZ enkel het ingehouden werknemersdeel boeken.
✅ De RSZ-schuld omvat zowel het werknemersdeel als de werkgeversbijdrage (621000). Tel beide samen op 454000.
Schulden op ten hoogste één jaar
❌ 450000 en 452000 door elkaar gebruiken, of de geraamde post niet afsluiten bij het aanslagbiljet.
✅ Gebruik 450000 (of 412000) zolang de belasting geraamd is; bij het aanslagbiljet sluit je die altijd af en boek je het definitieve bedrag op 452000, met 671000 (supplement) of 771000 (regularisatie) voor het verschil.
Schulden op ten hoogste één jaar
❌ De volledige rentekost gelijkstellen aan het netto uitbetaalde bedrag.
✅ De rentekost (650000) is bruto = netto + ingehouden roerende voorheffing. De voorheffing is een door te storten bedrag (453000), het netto een schuld aan de begunstigde (bv. 489000).
Schulden op ten hoogste één jaar
❌ Een ontvangen interest enkel voor het netto bedrag als opbrengst boeken.
✅ Boek de opbrengst bruto (751000) en de ingehouden roerende voorheffing apart als kost (670000); het netto staat op de bank (550000).
Schulden op ten hoogste één jaar
❌ Een negatieve zichtrekening op de afsluitdatum als negatief actief op 550000 laten staan.
✅ Boek het negatieve saldo over naar de schuldrekening 433000 (550000 @ 433000) en draai dit terug bij de heropening (433000 @ 550000).
Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)
❌ Bij 490000 het deel van DIT jaar overdragen in plaats van het deel van volgend jaar.
✅ Op de overlopende rekening komt altijd het deel dat bij het ANDERE (volgende) jaar hoort. Het deel van dit jaar blijft gewoon op de kosten-/opbrengstrekening staan.
Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)
❌ Een overlopende rekening aan de verkeerde balanszijde plaatsen (bv. 492000 als actief boeken).
✅ Onthoud: 490 en 491 = actief (debet), 492 en 493 = passief (credit). Vraag je af of de onderneming nog iets tegoed heeft (actief) of nog iets verschuldigd is (passief).
Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)
❌ Vergeten de eindejaarsboeking bij begin volgend jaar terug te boeken (heropening).
✅ Elke overlopende rekening kent altijd twee boekingen: de correctie op 31/12 en de exacte tegenboeking op 01/01. Anders blijft de overlopende rekening ten onrechte openstaan.
Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)
❌ De klasse-49-rekeningen gebruiken terwijl de prestatie volledig in één boekjaar valt (Oefening 6 en 8).
✅ Als de prestatie volledig in dit jaar valt en enkel de factuur/creditnota ontbreekt, gebruik je 444000/404000 (te ontvangen/te innen facturen) of 444100 + ICN/UCN (creditnota's), niet de overlopende rekeningen 49.
Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)
❌ Btw pro rata berekenen bij een vooruit gefactureerd contract (Oefening 10).
✅ De btw volgt steeds het VOLLEDIGE factuurbedrag (9 000 x 21 % = 1 890). Alleen de opbrengst/kost wordt over de boekjaren verdeeld via 493000/490000.
Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)
❌ De interest op een dalende lening elk jaar op het oorspronkelijke bedrag berekenen (Oefening 7).
✅ Reken telkens op het OPENSTAANDE saldo: na elke aflossing daalt de interest (240 000 -> 160 000 -> 80 000).
Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)
❌ De roerende voorheffing op de netto ontvangen rente berekenen (Oefening 2).
✅ De voorheffing (30 %) wordt op de BRUTO coupon berekend; de bank ontvangt het netto bedrag en de voorheffing staat apart in debet.
Overlopende rekeningen (toerekeningsbeginsel)
❌ Bij een semestrieel betaalbare lening de volle jaarrente toerekenen (Oefening 5).
✅ Werk eerst de halfjaarrente uit (25 000) en reken dan pro rata: op 31/12 zijn maar 2 van de 6 maanden van het lopende semester toe te rekenen (8 333,33).
Voorzieningen & kapitaalsubsidies
❌ De kostenrekening (636000) en de passiefrekening (162000) verwarren omdat ze dezelfde naam dragen.
✅ 636000 is een kost (klasse 6, debet bij toevoeging); 162000 is de voorziening op de passiefzijde (rubriek 16, credit bij toevoeging).
Voorzieningen & kapitaalsubsidies
❌ Bij de besteding de voorziening rechtstreeks tegen de leveranciersfactuur boeken (162000 / 440000).
✅ Boek de factuur volledig apart en werk de voorziening apart weg via 162000 / 636100 (of 662100 bij een niet-recurrente voorziening).
Voorzieningen & kapitaalsubsidies
❌ Op de aannemersfactuur de btw als gewone aftrekbare btw tegenover de leverancier boeken.
✅ Werken in onroerende staat = btw VERLEGD (medecontractant): 411590 ABTW debet tegenover 451300 Te betalen btw – verlegd credit; de leverancier krijgt enkel het bedrag excl. btw.
Voorzieningen & kapitaalsubsidies
❌ Voor een uitzonderlijke gebeurtenis (bv. brand) een recurrente kostenrekening (636000) gebruiken.
✅ Bij een niet-recurrente voorziening gebruik je 662000 (toevoeging) en 662100 (besteding); de passiefrekening blijft 162000/163000.
Voorzieningen & kapitaalsubsidies
❌ Een kapitaalsubsidie in één keer als opbrengst boeken bij ontvangst.
✅ Park de subsidie op 150000 (credit) en neem ze jaarlijks pro rata de afschrijving in resultaat via 150000 / 753000.
Voorzieningen & kapitaalsubsidies
❌ De kapitaalsubsidie en de rentesubsidie door elkaar halen.
✅ De kapitaalsubsidie loopt via 150000 → 753000; de rentesubsidie (interestsubsidie) loopt via 491000 → 753000. Beide komen op 753000 terecht maar hebben een verschillende tegenpost.
Voorzieningen & kapitaalsubsidies
❌ Bij een kapitaalsubsidie met uitgestelde belastingen de volledige subsidie op 150000 boeken.
✅ Splits de subsidie: het belastingdeel komt op 168000 en wordt jaarlijks via 780000 in resultaat genomen, het netto-deel op 150000 via 753000.
Voorzieningen & kapitaalsubsidies
❌ De afschrijving van het gesubsidieerde actief en de in-resultaatname van de subsidie in dezelfde boeking samenvoegen.
✅ Het zijn twee aparte boekingen (630200 / 23x900 en 150000 / 753000) die alleen hetzelfde percentage delen.
Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen
❌ De onrechtstreekse participaties vergeten bij het bepalen van de financiële verhouding.
✅ Tel rechtstreekse én onrechtstreekse deelname samen. M bezit 30% van B rechtstreeks + 30% via C → > 50% → verbonden onderneming, niet zomaar een deelnemingsverhouding.
Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen
❌ De 280-reeks (verbonden onderneming) en de 282-reeks (deelnemingsverhouding) door elkaar gebruiken.
✅ Controle / > 50% = verbonden onderneming → 280-reeks (280000/280100/280800/280900). Minstens 10% zonder controle = deelnemingsverhouding → 282-reeks (282000/282100/282800/282900).
Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen
❌ Bij een niet-volgestorte aankoop het volledige bedrag meteen op de bank crediteren.
✅ Boek de deelneming voor de volle aanschaffingswaarde tegenover 'nog te storten bedragen' (280100/282100); pas bij elke volstorting boek je 280100/282100 debet / 550000 credit.
Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen
❌ Een herwaarderingsmeerwaarde laten staan bij de verkoop van een deelneming.
✅ Draai de herwaarderingsmeerwaarde eerst terug (122000 / 28x800) en bereken de meerwaarde t.o.v. de zuivere aanschaffingswaarde. De realisatiemeerwaarde komt op 763000 (FVA), de minderwaarde op 663000.
Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen
❌ De roerende voorheffing op interest/dividend vergeten of het netto- met het brutobedrag verwarren.
✅ De volledige BRUTO-opbrengst komt op 751000; de 30% roerende voorheffing op 670000 (verschuldigde voorheffingen). Reken bruto terug uit netto: bruto = netto / 0,70.
Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen
❌ Aankoopkosten van effecten altijd op dezelfde manier behandelen.
✅ De fiche vraagt beide varianten: ofwel geactiveerd (mee in de aanschaffingswaarde op 285200/510000), ofwel apart op 659000 Aankoopkosten effecten. Dit beïnvloedt de boekwaarde.
Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen
❌ Het verkeerde deposito-nummer kiezen.
✅ Kies op basis van de LOOPTIJD: 530000 > 1 jaar, 531000 tussen 1 maand en 1 jaar, 532000 ten hoogste 1 maand. Een kasbon is geen deposito maar een vastrentend effect.
Financiële vaste activa, geldbeleggingen & liquide middelen
❌ Geld van kas naar bank (of tussen banken) rechtstreeks boeken zonder 580000.
✅ Gebruik de overbruggingsrekening 580000 omdat het kasstuk/stortingsbewijs en het rekeninguittreksel op verschillende dagen binnenkomen; 580000 staat nadien op nul.
Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
❌ Bij een voorafbetaling 452000 of 450000 gebruiken in plaats van de bank.
✅ Een voorafbetaling boek je 670000 (debet) / 550000 (credit). Er is op dat moment nog geen schuld; je betaalt vooruit.
Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
❌ De wettelijke reserve berekenen op de winst voor belasting.
✅ De wettelijke reserve is 5% van de winst NA belasting. Bv. winst voor belasting 40.000, belasting 12.000 -> 5% x 28.000 = 1.400.
Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
❌ In fase 3 de geraamde schuld (450000) niet afsluiten.
✅ Bij de definitieve aanslag boek je 450000 in debet (afsluiten) en 452000 in credit (definitief), met 671000 (supplement) of 771000 (teruggave) voor het verschil.
Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
❌ 670100 in debet boeken omdat het 'klasse 6' is.
✅ 670100 is een (-)-rekening: ze staat in credit en neemt het te veel geboekte deel van 670000 terug. De tegenpost 412000 (vordering) staat in debet.
Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
❌ Een belastingsupplement (kost) en een teruggave (opbrengst) verwisselen.
✅ Definitief > geraamd = supplement -> 671000 debet (kost). Definitief < geraamd = teruggave -> 771000 credit (opbrengst).
Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
❌ In een verliesjaar toch belasting en/of wettelijke reserve boeken.
✅ Zonder verworpen uitgaven is er bij verlies geen belasting en geen wettelijke reserve; het verlies wordt verrekend/overgedragen.
Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
❌ Vergeten de overgedragen winst van vorige jaren mee te nemen in de te bestemmen winst.
✅ Totaal te bestemmen = te bestemmen winst boekjaar + overgedragen winst vorige jaren (140000 wordt overgeboekt naar 790000).
Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
❌ Het overgedragen verlies van vorige jaren niet aftrekken van de belastbare basis.
✅ Bij overgedragen verlies (141000) breng je dat via 690000 in het resultaat; de belasting bereken je op winst min overgedragen verlies (bv. 40.000 - 20.000 = 20.000 x 30% = 6.000).
Belastingen op het resultaat & resultaatverwerking (winstbestemming)
❌ De toevoeging aan de wettelijke reserve niet begrenzen bij het 10%-plafond.
✅ Voeg nooit méér toe dan nodig om 10% van het kapitaal te bereiken. Bv. reeds 9.700 op een kapitaal van 100.000 (plafond 10.000): voeg slechts 300 toe, ook al zou 5% 500 zijn.
🗺️ Aanrader: studieroute
Dag 1–2 — Begrijpen
Lees alle samenvattingen. Focus op het waarom van debet/credit en de boekingsschema's.
Dag 3–4 — Oefenen
Maak alle oefeningen in oefenmodus. Noteer waar je vastloopt en herbekijk dat thema.
Dag 5 — Automatiseren
Train je debet/credit-reflex met de trainer op de MAR-pagina en loop deze pagina nog eens door.