Oefeningen — Schulden op ten hoogste één jaar
📘 Naar de samenvattingOefenmodus: oplossingen zijn verborgen. Probeer eerst zelf, klik dan om te corrigeren.
Te ontvangen factuur over de jaargrens
Op 28 december 2025 ontvangt een bedrijf handelsgoederen van een leverancier voor 2.000,00 EUR (excl. btw). De factuur wordt pas ontvangen op 6 maart 2026. Btw-tarief 21%.
Rente aan een familielid met roerende voorheffing
Een onderneming moet netto 1.400,00 EUR rente betalen aan een familielid dat geld leende. Er wordt 600,00 EUR roerende voorheffing ingehouden, die rechtstreeks naar de overheid wordt doorgestort.
Loonboeking met RSZ en bedrijfsvoorheffing
Een werknemer heeft een brutoloon van 2.200,00 EUR. RSZ werknemer = 287,54 EUR. Bedrijfsvoorheffing = 382,49 EUR. Nettoloon = 1.529,97 EUR. RSZ werkgever = 550,00 EUR.
Periodieke btw-afrekening met te betalen saldo
Op het einde van het kwartaal heeft een onderneming 8.400,00 EUR verschuldigde btw (451540 VBTW) en 5.250,00 EUR aftrekbare btw (411590 ABTW) geboekt.
Overboeking van het vervallende deel van een banklening
Een onderneming heeft een investeringskrediet bij de bank van 60.000,00 EUR op rekening 173000 Kredietinstellingen. In het volgende boekjaar moet 12.000,00 EUR terugbetaald worden.
Belastingen op de winst: raming, aanslagbiljet en supplement
Een NV deed in 20N0 een voorafbetaling van belastingen van 100.000,00 EUR (geboekt 670000 @ 550000). Bij de afsluiting 20N0 raamt ze de verschuldigde belasting op 120.000,00 EUR. In 20N1 ontvangt ze het aanslagbiljet 20N0 met een extra te betalen bedrag van 30.000,00 EUR.