Oefeningen β BTW (belasting op de toegevoegde waarde)
π Naar de samenvattingOefenmodus: oplossingen zijn verborgen. Probeer eerst zelf, klik dan om te corrigeren.
Eenvoudige aankoopfactuur HG
Onderneming 'Factory' koopt handelsgoederen bij een Belgische leverancier. De factuur vermeldt 500,00 EUR exclusief btw, btw 21%.
Verkoopfactuur met btw
Onderneming 'Factory' verkoopt handelsgoederen aan een Belgische klant. Verkoopprijs 500,00 EUR exclusief btw, btw 21%.
Inkomende creditnota op een aankoop
Na de aankoop uit oefening 1 (500,00 excl. + 105,00 btw) stuurt 'Factory' een deel van de handelsgoederen terug. De leverancier maakt een creditnota voor 200,00 EUR exclusief btw, btw 21%.
Intracommunautaire aankoop (leverancier Nederland)
In de Trainer-oefening koopt de onderneming machine-onderdelen (handelsgoederen) bij een leverancier in NEDERLAND voor 500,00 EUR. De Nederlandse leverancier rekent geen btw aan (intracommunautaire levering). De Belgische btw bedraagt 21%.
Btw verlegd / medecontractant (werk in onroerende staat)
Een Belgische aannemer voert werken uit voor de onderneming voor 2.500,00 EUR exclusief btw (zie het voorschot 'bouw magazijn' in de Trainer-oefening). Op de factuur staat 'btw verlegd β medecontractant', dus de aannemer rekent geen btw aan. Btw 21%.
Periodieke btw-afrekening over een kwartaal
Over het kwartaal heeft de onderneming op de rekening 451540 VBTW een totaal verschuldigde btw van 420,00 staan (verschillende verkopen) en op 411590 ABTW een totaal aftrekbare btw van 105,00 (aankopen). De saldi komen overeen met de grootboeken van de leerkracht.
Gemengde periode: factuur, creditnota en afrekening
In één btw-periode boekt de onderneming: (1) een verkoopfactuur van 1.000,00 excl. btw 21%; (2) een uitgaande creditnota (UCN) aan diezelfde klant van 200,00 excl. btw 21%; (3) een aankoopfactuur HG van 600,00 excl. btw 21%. Alle btw aan 21%.